Over nierkanker

Symptomen en risicofactoren

Bij nierkanker is er een tumor in één van de nieren. De meeste mensen die nierkanker krijgen, krijgen niercelkanker. Dit noem je ook niercelcarcinoom. Je hebt twee nieren. Het zijn de organen die je bloed zuiveren. Ze houden ook andere stoffen in je bloed op peil, zoals zouten en eiwitten. Nieren regelen de zuurgraad van je bloed en je bloeddruk. Van afvalstoffen uit je lijf en overtollig water maken je nieren urine. Jaarlijks krijgen meer dan 2.600 mensen in Nederland de diagnose nierkanker. De praatkaart Dit is nierkanker legt op een makkelijke manier uit wat nierkanker is. 

Symptomen van nierkanker 

Nierkanker geeft in het begin bijna nooit klachten. Daarom wordt de tumor vaak laat ontdekt. Pas als de tumor groter is, kun je klachten krijgen. Symptomen van nierkanker zijn:  

  • Bloed in je urine 
  • Pijn in je zij 
  • Lang moe zijn 
  • Aanhoudende koorts 
  • Weinig zin om te eten 
  • Gewichtsverlies 

Het is belangrijk dat je bij deze symptomen naar de huisarts gaat. Bloed in de urine hoeft er niet altijd te zijn als je naar het toilet gaat. Soms is het bloed er slechts op enkele dagen. Of kan het bloed alleen onder de microscoop gezien worden. Als je bloed in je urine of andere klachten hebt, betekent dat meestal niet dat je nierkanker hebt. Maar het is wel belangrijk om het te laten onderzoeken door een arts. Hoe eerder nierkanker ontdekt wordt, hoe groter de kans op een succesvolle behandeling. 

Risicofactoren 

Nierkanker heeft geen duidelijke oorzaak. Er zijn wel risico’s waardoor de kans op nierkanker groter wordt. Roken is de belangrijkste risicofactor van nierkanker. Ook overgewicht of een hoge bloeddruk kunnen het risico op nierkanker vergroten.  

Soms speelt erfelijkheid een rol. Zoals bij de ziekte van  Von Hippel-Lindau, het Hereditair Papillair Niercelcarcinoom en het Birt-Hogg-Dubé syndroom. Een genetische afwijking kan zorgen voor verschillende klachten of ziekten, waarvan nierkanker er één kan zijn.

Onderzoek en diagnose

Bij één van de symptomen van nierkanker onderzoekt de huisarts meestal eerst je urine. Een ontsteking van je blaas of nieren kan ook de oorzaak zijn van je symptomen. Maar als niet duidelijk is waar je symptomen vandaan komen, kan de huisarts onderzoek aanvragen in het ziekenhuis. Je wordt dan doorverwezen naar een uroloog of een internist. Een uroloog is een arts die gespecialiseerd is in de blaas, nieren en urinewegen. Een internist behandelt ziekten van alle organen in je buik. Deze arts is gespecialiseerd in het hart, de longen, de nieren, de lever en andere buikorganen.

Onderzoeken bij nierkanker

Om te onderzoeken of je nierkanker hebt, doet de arts onderzoek naar je symptomen. Dit kan gedaan worden met de volgende onderzoeken: 

Bloed- en urineonderzoek

Vaak krijg je als eerste een onderzoek van je urine. Hiervoor moet je vaak een potje met urine inleveren. Met urineonderzoek kan een arts zien of er andere oorzaak is voor je klachten. Een arts kan je urine ook onder de microscoop bekijken. Als er bloed in de urine zit, dan kunnen de kankercellen van het bloed soms in de urine te zien zijn.  

Echografie

Als er een vermoeden is dat de klachten door je nieren komen, krijg je vaak een echografie. Dit noemen ze ook een echo. Dit onderzoek wordt door een arts in het ziekenhuis gedaan. Het is een uitwendig onderzoek. Met een klein apparaat gaat een arts over je huid heen. Dit apparaat zendt geluidsgolven uit die je als foto’s op een scherm kan zien. Met een echo kan een tumor in je nier vaak goed gezien worden. 

Cystoscoipie (kijkonderzoek)

Soms is meer onderzoek nodig om de diagnose te kunnen stellen. Meestal wordt dan een cystoscopie gedaan. Bij dit kijkonderzoek wordt een camera (cystoscoop) via de plasbuis ingebracht en onderzoekt de uroloog de binnenkant van de blaas en de plasbuis. Dit onderzoek is niet prettig, maar de meeste mensen vinden het geen pijn doen.  

Aanvullend onderzoek

Met bloed- en urineonderzoek, een echografie en een kijkonderzoek kan de arts zien of je nierkanker hebt. Als dat zo is, volgt er meestal nog meer onderzoek. Je kan dan één van deze onderzoeken krijgen. Je krijgt niet altijd alle onderzoeken, dat ligt aan jouw situatie: 

Biopsie

Soms kan een arts moeilijk zien of de tumor goedaardig of kwaadaardig is. Dan kun je een biopsie krijgen. Voor een biopsie krijg je eerst een lokale verdoving. Tijdens de biopsie haalt de arts met een dunne naald weefsel uit de afwijking in je nier. Dit weggenomen weefsel noem je biopt. De biopt wordt onderzocht onder een microscoop.  

Doppler-echo

Als uit de gewone echt blijkt dat er een tumor in je nier zit, krijg je soms een doppler-echo. Met dit onderzoek kan een arts zien of de tumor in je bloedvaten is gegroeid.  

Longfoto

Als nierkanker uitzaait, dan zaait het vaak uit naar de longen. Om erachter te komen of je uitzaaiingen hebt, kan je een longfoto laten maken. Dit is een röntgenfoto van je borstkas. Dit noem je ook wel een thoraxfoto of X-thorax. 

CT-scan en MRI-scan

Met een CT-scan of MRI-scan kijkt de arts hoe groot de tumor is en of hij uitgezaaid is.  

Botscan

Met een botscan kan een arts je botten zien. Dit noem je ook wel skeletscintigrafie. Als nierkanker is uitgezaaid naar je botten, dan is dat op een botscan te zien.    

Soorten nierkanker

Nierkanker wordt ook wel niercelkanker kanker genoemd, er zijn verschillende soorten. De meeste mensen die nierkanker krijgen, krijgen heldercellige niercelkanker. De informatie op deze pagina gaat over heldercellige nierkanker. Er zijn ook minder vaak voorkomende soorten nierkanker: papillair niercelkanker of chromofoob niercelkanker. Deze laatste vorm komt heel weinig voor. Maar ongeveer vier op de 100 mensen met nierkanker heeft chromofoob niercelkanker.

Diagnose

Als uit de onderzoeken blijkt dat je nierkanker hebt, dan is dat heel heftig. Het kan zijn dat je bij het gesprek met de arts al direct hoort welke vorm van nierkanker je hebt. Of de arts kan zeggen dat er nog meer onderzoek nodig is om uit te zoeken welke vorm van nierkanker je precies hebt en welke behandelingen bij jouw situatie passen. Het kan dus zo zijn, dat nog niet meteen duidelijk is hoe het zit.   

Het stadium en de differentiatiegraad van nierkanker

Als je nierkanker hebt, dan is het belangrijk om te weten in welke stadium de kanker is en welke gradering de tumor heeft. Het stadium geeft aan wat de ernst van de kanker is, de grootte van de tumor en of er uitzaaiingen zijn. De gradering geeft aan hoe agressief de kanker is.  

Om nierkanker te behandelen, moet ook duidelijk worden welk stadium van nierkanker je hebt. Daarom geven artsen ook een stadium aan. Dit doet een arts via de TNM-stagering. De TNM-stagering verschilt per orgaan en soms per kankersoort.  

  • T van tumor: de grootte van de tumor en/of hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen. 
  • N van node (lymfeklier): of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren en in hoeveel. 
  • M van metastase (uitzaaiing): of er uitzaaiingen zijn in andere organen. 

Stadia van nierkanker

Nierkanker betekent bijna altijd niercelkanker. Daarom gebruiken artsen de volgende indeling:  

  • Stadium 1a: De tumor in de nier is kleiner dan 4 centimeter. Er zit alleen een tumor in je nier en je hebt geen uitzaaiingen.  
  • Stadium 1b: De tumor in de nier is tussen de 4 en 7 centimeter groot. Er zit alleen een tumor in je nier en je hebt geen uitzaaiingen. 
  • Stadium 2: De tumor in de nier is tussen 7 en 10 centimeter groot. Er zit alleen een tumor in je nier en je hebt geen uitzaaiingen.  
  • Stadium 3: De tumor groeit in de nier. En de tumor groeit: 
    • óf in de grote bloedvaten die dichtbij de nieren zitten. 
    • óf in 1 lymfeklier die in de buurt van je nier zit. 
  • Stadium 4: De tumor groeit in de nier. En de tumor groeit: 
    • óf door de want van de nier heen naar de bijnier. Dit is een klein orgaan boven op je nier. 
    • óf er zijn uitzaaiingen in andere organen of in meerdere lymfeklieren. 

Differentiatiegraad

De differentiatiegraad van een tumor geeft aan hoe afwijkend de kankercellen van zijn van gezonde cellen. Ook geeft de graad aan hoe agressief de kankercellen zijn en hoe snel ze zich delen. Een ander woord voor differentiatiegraad is tumorgradering.

  • Graad 1: De kankercellen lijken op gezonde cellen van de nier. De kankercellen groeien meestal langzaam. Een tumor met graad 1 noem je laaggradig of laag-risico. 
  • Graad 2: De kankercellen lijken steeds minder op de gezonde cellen van de nier. De kankercellen plakken snel aan elkaar en groeien meestal sneller dan gezonde cellen. Een tumor graad 2 noem je intermediair. 
  • Graad 3: De kankercellen lijken bijna niet meer op gezonde cellen van de nier. Deze kankercellen groeien bijna altijd veel sneller dan gezonde cellen van de nier en zaaien sneller uit naar andere organen, botten of weefsel. Een tumor met graad 3 noem je hooggradig of hoog-risico. 

Ontwikkelingen in de nierkankerzorg

Tijdens de landelijke contactdag in oktober 2023, gaf Patricia Zondervan een presentatie over ontwikkelingen in de nierkankerzorg. Zij is uroloog in het AmsterdamUMC. Bekijk de video van haar presentatie:

In gesprek met je arts

De uitslagen van de onderzoeken en de diagnose hoor je in een gesprek met je arts. Vaak is dit de uroloog. De arts vertelt je welk stadium nierkanker je hebt en welke behandelingen hierbij passen.

Voorbereiden op het gesprek

Bij een gesprek met een arts hoor je vaak veel nieuwe informatie. Het is moeilijk om alles te onthouden. Neem daarom altijd iemand mee om je te helpen. Je kunt het gesprek ook opnemen, zodat je het later nog eens terug kan luisteren.  

Tijdens het gesprek

Artsen vinden het belangrijk dat je hun uitleg begrijpt. Is iets niet duidelijk, geef dat dan aan en vraag rustig om uitleg. Het is niet erg om vaker dezelfde vraag te stellen.  

Welke behandelingen zijn er voor mij?

Probeer een goed beeld te krijgen van de verschillende opties voor behandeling. Welke informatie heb je nodig om samen met de arts een besluit te nemen over jouw behandeling? Het is ook goed om te praten over jouw persoonlijke situatie en wat jij belangrijk vindt. Drie vragen kunnen je helpen. Kijk ook op samenbeslissen.nl

  1. Wat zijn mijn mogelijkheden? 
  2. Wat zijn de voordelen en de nadelen van die mogelijkheden? 
  3. Wat betekent dat in mijn situatie? 

 Zit ik in het goede ziekenhuis?

Stel jezelf en je arts ook de vraag: waar krijg ik de best mogelijke zorg? Is dit ziekenhuis de juiste plek voor mij? Het is belangrijk dat een team met verschillende artsen (multidisciplinair team) meedenkt over jouw behandeling en jouw situatie. Voor de behandeling van nierkanker moet je altijd naar een gespecialiseerd ziekenhuis. Je arts bespreekt met je waar je het best terecht kunt.  

Als een team van artsen een behandeling vaker uitvoert, dan worden zij daar ook beter in. Het is daarom belangrijk dat je een ziekenhuis kiest met veel ervaring met jouw behandeling. Dit geldt zeker voor de behandeling van nierkanker. Op de website ziekenhuiskiezenbijkanker.nl vind je veel informatie en tips over ziekenhuiskeuze. Bijvoorbeeld een checklist die je helpt om tijdens gesprekken met artsen de juiste vragen te stellen. Om erachter te komen of het ziekenhuis gespecialiseerd is in jouw kankersoort en past bij jouw persoonlijke situatie.

Is er een keuzehulp of ander hulpmiddel?

Momenteel is er nog geen keuzehulp voor de behandeling van nierkanker. Er zijn wel twee keuzehulpen in ontwikkeling. Eén voor lokale (niet-uitgezaaide) nierkanker en één voor uitgezaaide nierkanker. Dit zijn hulpmiddelen die je kunnen helpen om de keuzes tussen behandelingen beter af te wegen en te bespreken met je arts. Ze helpen je na te denken over wat voor jou belangrijk is. Bespreek met jouw arts hoe je je keuzes wilt maken, misschien weet je arts nog andere hulpmiddelen.  

Na het gesprek

Neem de tijd om over het gesprek na te denken. Je hoeft vaak niet meteen te beslissen. Je mag altijd om meer uitleg vragen. Iedere patiënt heeft het recht om zijn of haar eigen dossier in te zien. Het is vaak mogelijk om online je medisch dossier in te zien. Je leest er meer over op de website van de Rijksoverheid.  

Stel je vraag aan een professional

Via Vraag het een professional op kanker.nl kun je vragen stellen aan een deskundige over nierkanker. Goed om te weten: de professionals vervangen nooit je eigen arts, verpleegkundige of hulpverlener. Die blijft altijd je eerste aanspreekpunt.
Je kunt bijvoorbeeld een vraag stellen over je diagnose of de onderzoeken die je krijgt. Of vragen over je behandeling en de bijwerkingen daarvan. Ook kun je terecht voor vragen over je leven met/na kanker. De deskundige kan met je meedenken en uitleg geven.

Stichting Dutch Uro-Oncology Studygroup (DUOS) is de Nederlandse multidisciplinaire studiegroep van 27 aangesloten ziekenhuizen. De studiegroep initieert wetenschappelijk onderzoek en voert deze gezamenlijk uit in de uro-oncologisch geïnteresseerde ziekenhuizen in Nederland. Op website van Stichting DUOS is het mogelijk om digitaal een second opinion aan te vragen op hun forum.

Behandeling, wat betekent dat?

Welke behandeling je krijgt hangt af van het stadium van de tumor. Als je lokale nierkanker hebt, dan is meestal een behandeling gericht op genezing mogelijk.

Behandeling lokale nierkanker: stadium 1a en 1b

Lokale nierkanker in stadium 1a of 1b zit alleen in de nier. De tumor is niet doorgegroeid of uitgezaaid. Met een behandeling kun je genezen van nierkanker. 

Operatie

De meeste mensen met lokale nierkanker krijgen een operatie. Bij de operatie haalt de arts de tumor weg. Vaak hoeft de nier niet verwijderd te worden. Dan noem je het een niersparende operatie. De praatkaart De operatie bij nierkanker legt eenvoudig uit hoe een operatie gaat.  

Tumor bevriezen of verhitten

Als de tumor niet met een operatie weggehaald kan worden, kan de arts proberen de tumor te vernietigen met bevriezing of hitte. Dit kan alleen als de tumor kleiner is dan 4 centimeter. Je wordt dan verdoofd en de arts gaat met een naald de tumor in. Bij bevriezing (cryo-ablatie) komt er gas door de naald die de tumor bevriest. Zo gaan de kankercellen dood. Je lichaam ruimt zelf de dode kankercellen op. Bij verhitting (warmte-ablatie of microwave-ablatie) komt er energie door de naald die zorgt dat de kankercellen doodgaan. Ook na verhitting ruimt je lichaam zelf de dode kankercellen op.  

Actief volgen van de tumor

Soms krijg je een zogenaamde Wait and see, dan wordt de tumor regelmatig gecontroleerd maar niet behandeld. De arts kan dit voorstellen als de tumor kleiner is dan 4 centimeter of als je niet fit genoeg bent voor een andere behandeling.  

Behandeling lokale nierkanker: stadium 2

Lokale nierkanker in stadium 2 zit alleen in de nier. De tumor is niet doorgegroeid of uitgezaaid. Met een behandeling kun je genezen van nierkanker. 

Operatie

De meeste mensen met lokale nierkanker stadium 2 krijgen een operatie. Bij de operatie haalt de arts de tumor weg. Bijna altijd moet de nier dan ook verwijderd worden. Dan noem je het een nefrectomie, verwijdering van de nier met tumor. De praatkaart De operatie bij nierkanker legt eenvoudig uit hoe een operatie gaat.  

Tumor bevriezen of verhitten

Als de tumor niet met een operatie weggehaald kan worden, kan de arts proberen de tumor te vernietigen met bevriezing of hitte. Dit wordt soms ook gedaan als de tumor in stadium 2 is, omdat je niet fit genoeg bent voor een operatie of omdat de tumor op een plek zit waar de arts met een operatie niet bij kan. Bij deze behandeling word je verdoofd en de arts gaat met een naald de tumor in. Bij bevriezing (cryo-ablatie) komt er gas door de naald die de tumor bevriest. Zo gaan de kankercellen dood. Je lichaam ruimt zelf de dode kankercellen op. Bij verhitting (warmte-ablatie of microwave-ablatie) komt er energie door de naald die zorgt dat de kankercellen doodgaan. Ook na verhitting ruimt je lichaam zelf de dode kankercellen op.  

Behandeling lokaal gevorderde nierkanker: stadium 3

Lokaal gevorderde nierkanker tumor groeit in de nier. En de tumor groeit óf in de grote bloedvaten die dichtbij de nieren zitten óf in 1 lymfeklier die in de buurt van je nier zit. Met een behandeling kun je genezen van nierkanker.  

Operatie

De meeste mensen met lokaal gevorderde nierkanker stadium 3 krijgen een operatie. Bij de operatie haalt de arts de tumor en de nier weg. Dan noem je het een nefrectomie, verwijdering van de nier met tumor. Als je een uitzaaiing hebt in je lymfeklier, haalt de arts deze lymfeklier ook weg. En ook de andere lymfeklieren rondom je nier.  De praatkaart De operatie bij nierkanker legt eenvoudig uit hoe een operatie gaat.  

Behandeling uitgezaaide nierkanker: stadium 4

Uitgezaaide nierkanker groeit in de nier en is uitgezaaid naar je bijnier, naar andere organen of naar meerdere lymfeklieren. Als je uitgezaaide nierkanker hebt, kun je er meestal niet meer van genezen. Maar je kunt wel behandelingen krijgen om de tumor te remmen of je klachten te verminderen. Niet alle behandelingen zijn voor iedereen geschikt. Dit heeft te maken met jouw type nierkanker en jouw persoonlijke situatie. Met je arts bespreek je wat jouw mogelijkheden zijn.  

Doelgerichte therapie

Doelgerichte therapie betekent dat je een medicijn krijgt in tabletvorm. Dit medicijn kan ervoor zorgen dat de tumor stopt met groeien of kleiner wordt. Doelgerichte therapie kan de kanker niet genezen. Soms worden doelgerichte therapie en immunotherapie in dezelfde periode gegeven.  

Immunotherapie

Immunotherapie of immuuntherapie zorgt ervoor dat jouw afweersysteem kankercellen gaat zien als vreemde cellen. Je krijgt via een infuus een medicijn. Je afweersysteem gaat dan zelf de kankercellen opruimen. Immunotherapie werkt helaas niet altijd en niet bij iedereen. Artsen weten nog niet waarom het wel of niet werkt. De praatkaart Immuuntherapie bij nierkanker legt eenvoudig uit wat het is en wat de bijwerkingen zijn. Soms worden doelgerichte therapie en immunotherapie in dezelfde periode gegeven. 

Operatie bij uitzaaiing in een ander orgaan

Als je een uitzaaiing hebt in een ander orgaan, kan de arts je opereren om de uitzaaiing weg te halen. Dit kan bijvoorbeeld als de uitzaaiing in één van je longen zit. Een operatie kan alleen als de uitzaaiing niet te groot is. Als je deze operatie krijgt, haalt de arts ook je nier weg. 

Operatie als palliatieve behandeling

Mensen met uitgezaaide nierkanker krijgen meestal geen operatie, maar een andere behandeling om de klachten te verminderen. Soms is een operatie toch nodig. Bijvoorbeeld wanneer je bloed in je urine hebt of andere klachten van je nierkanker hebt. Een operatie kan soms ook wanneer er veel, maar kleine uitzaaiingen zijn.  

Bestraling

Bestraling kan een behandeling zijn wanneer je veel last hebt van je uitzaaiingen, maar een operatie niet mogelijk is. De bestraling helpt bij de klachten van de uitzaaiingen.  

Meer informatie op andere websites

Op de website kanker.nl staat toegankelijke informatie over kankersoorten. Je vindt er ook meer informatie over de behandeling van nierkanker.

Op de website Alles over urologie vind je informatie van de Nederlandse Vereniging voor Urologie. Je vindt hier ook informatie over het Zorgpad bij nierkanker. De informatie op deze website is bedoeld voor medische professionals en is dus niet voor iedereen eenvoudig te lezen. 

Herstel en nazorg

Nierkanker en de behandelingen ervan brengen vaak lichamelijk ongemak met zich mee. Zoals vermoeidheid, pijn of veranderingen bij intimiteit en seksualiteit. Veel mensen ervaren ook andere klachten zoals minder concentratie, angst, somberheid of aantasting van gevoel van eigenwaarde. Het is goed om dit ook met je arts te bespreken. Het kan zijn dat de arts je kan doorverwijzen voor extra hulp bij jouw lichamelijke of mentale klachten.

Overlevingscijfers

De overlevingskansen bij nierkanker zijn de laatste jaren verbeterd. Voor de kans op overleving is het belangrijk te weten in welk stadium de tumor is. Van alle mensen nierkanker stadium 1 die behandeld zijn, is 87% na 5 jaar nog in leven. Bij stadium 2, 3 en 4 daalt de overlevingskans na 5 jaar.  

Dit zijn gemiddelde cijfers. Het is belangrijk om jouw persoonlijke situatie met je arts te spreken.  

Nazorg en controle

Na de behandeling van nierkanker blijf je onder controle bij je arts. In het eerste en het tweede jaar na je behandeling, is de controle meestal iedere drie maanden. In de jaren daarna hoef je vaak nog maar twee keer per jaar op controle te komen. Hoe vaak de controle is, is afhankelijk van de tumor en het risico op terugkeer of uitbreiding van de ziekte.  

Terugkeer, uitbreiding of uitzaaiing

Tijdens een controle kan de arts erachter komen dat de kanker terug is. De kans op terugkeer verschilt bij nierkanker per stadium en per gradatie van de tumor. Als nierkanker terugkomt, krijg je meestal opnieuw een behandeling. Vaak is dit een operatie of verhitting. De symptomen die je krijgt bij terugkeer, zijn hetzelfde als de symptomen bij de eerste keer dat je nierkanker had. Heb je klachten? Wacht dan niet tot een volgende geplande controle, maar neem snel contact op met je arts.

Kans op terugkeer

2 tot 10% van de mensen die een operatie hebben gehad bij nierkanker, krijgt opnieuw nierkanker. Er is geen verschil tussen de mensen bij wie de hele nier is verwijderd en de mensen die een niersparende operatie hebben gehad. Bij 1 tot 10% van de mensen die warmte-ablatie hebben gekregen, keert nierkanker terug.  

Uitzaaiing

Het kan zijn dat je nierkanker niet alleen terugkomt, maar ook uitzaait.  

Behandeling van uitgezaaide nierkanker

Mensen met uitgezaaide nierkanker krijgen een andere behandeling dan mensen zonder uitzaaiingen. Als de nierkanker is uitgezaaid naar andere delen van je lichaam, betekent dat meestal dat genezing niet mogelijk is. Je krijgt een behandeling om de groei van de kanker te remmen en om je klachten te verminderen. Dit noem je palliatieve zorg.

Palliatieve fase

Bij uitzaaiingen in andere organen begint vaak de palliatieve fase. De palliatieve fase wordt vaak verward met zorg in de stervensfase. Dit is niet juist, palliatieve zorg is veel breder. Dat je niet meer kan genezen van nierkanker, hoeft niet te betekenen dat je snel sterft. Hoelang deze fase duurt, verschilt per persoon. Palliatieve zorg helpt mee aan een goede kwaliteit van leven als genezing niet meer mogelijk is. Lees meer over niet meer beter worden.

Meedoen met studies

Als je nierkanker hebt, kun je soms meedoen aan wetenschappelijke studies. Dit noem je ook wel wetenschappelijk onderzoek of trials. De studies zijn gericht op het verbeteren van bestaande behandelingen en operatietechnieken. Of ze richten zich op het ontwikkelen van nieuwe medicijnen, zoals immuuntherapie. Er zijn ook studies die onderzoek doen naar het DNA van kanker of naar de kwaliteit van leven met kanker. Bij sommige studies mogen alleen mensen met een bepaalde kankersoort meedoen, maar er zijn ook veel studies waarbij de kankersoort niet uitmaakt.

Denk je erover om mee te doen met een studie?

Bespreek dit met je arts. Het is nooit verplicht om mee te doen aan een studie.  

Op de website van kanker.nl vind je een overzicht van alle kankerstudies. Je kunt hier selecteren op nierkanker. Dan krijg je de studies te zien waar jij aan zou kunnen deelnemen.