“De tumor in mijn blaas werd per toeval ontdekt, ik had totaal geen klachten”
Toen René een MRI-scan kreeg voor iets anders, werd per toeval een tumor ontdekt in zijn blaas. “Ik had totaal geen klachten gerelateerd aan blaaskanker”
Bij de vader van René werd in 2008 prostaatkanker in een vergevorderd stadium ontdekt. Sindsdien laat René jaarlijks zijn PSA-waarde checken. PSA is een stofje dat de prostaat maakt. Meer PSA in het bloed kan komen door prostaatkanker.
“Bij de eerste check zagen we al een verhoogde PSA-waarde, waarop nader onderzoek door de uroloog nodig was. De uroloog nam een biopt en toen kwam de uitslag dat ik prostatitis (een ontsteking van de prostaat) had, dat ze dat graag wilde blijven monitoren. Later zakte mijn PSA-waarde en werd ik weer terugverwezen naar de huisarts voor de jaarlijkse controle.
Blijven controleren
In 2021 werd mijn PSA-waarde weer te hoog en werd ik wederom verwezen naar de uroloog. De uroloog heeft na wat onderzoek een MRI-scan gemaakt en zag weer prostatitis. Ondertussen had ik post-covid en had ik meerdere klachten door mijn verminderd immuunsysteem. Ik werd weer terugverwezen naar mijn huisarts en moest me weer melden als de waarde boven de 5,5 zou komen.”
Bij Renés jaarlijkse controle in april 2024 was de PSA-waarde gestegen tot 5,6. Dit was hoger was dan de 5,5, waarbij hij doorverwezen zou worden. Desondanks werd hij niet doorverwezen, omdat de huisarts bij het toucheren van de prostaat niets bijzonders voelde. Zijn huisarts legde uit dat de urologen in zijn geval – een iets te hoge waarde, maar wel een normale prostaat bij het toucheren – niets zouden doen. De huisarts gaf advies was om na 6 maanden nogmaals te controleren en als het dan nog hoger zou zijn, zou hij meteen doorverwijzen.
Per toeval ontdekt
In september liet René zijn PSA-waarde weer controleren. Deze was nu 6,6, dus volgde er een verwijzing naar de uroloog. De uroloog pakte meteen door. Op 11 november volgde een MRI, zodat de uroloog deze kon vergelijken met de MRI van 2021.
“Nietsvermoedend kreeg ik op 15 november de uitslag van de MRI. Hierop zag de radioloog geen verontrustende zaken aan de prostaat, maar bij toeval viel haar oog op mijn blaas. In de blaas zag zij een poliep van 1 cm. Haar advies was om de poliep te controleren met een cystoscopie. Nog geen half uur na de uitslag van de MRI, kreeg ik cystoscopie. Hierop was duidelijk een anemoonvormige poliep te zien. Volgens de uroloog was de poliep met hele grote waarschijnlijkheid kwaadaardig, maar volgens haar alleen nog maar genesteld in de binnenste zachte laag van de blaas. Ik moest meteen bloed laten prikken om de nierfunctie te controleren en dan zou er nog een CT-scan volgen om eventuele uitzaaiingen uit te sluiten. Gelaten, maar met veel vertrouwen op een goede afloop gingen we naar huis.”
Op de CT-scan die 21 november volgde, waren gelukkig geen uitzaaiingen te zien. Al snel daarna, op 3 december, werd de TUR-operatie gepland.
Drie maal is scheepsrecht
“Ik was blij dat de TUR-operatie al zo snel kon, zodat we niet te lang met de spanningen hoefden rond te lopen. Op de operatiedag zelf was ik gezond gespannen, ik wist niet goed wat ik ervan moest verwachten, qua napijn en dergelijke. Ik had in het voorgesprek met de anesthesiste gevraagd om een ruggenprik, zodat ik volledig bij zou zijn tijdens de operatie.
Eenmaal op de afdeling anesthesie begon de spanning behoorlijk toe te nemen, ik werd aan allerlei apparatuur aangesloten en de anesthesiste begon aan de ruggenprik. Eerste poging lukte niet, maar geen nood, ze probeerde het iets hoger nogmaals. Ik voelde mezelf wegzakken en zag in mijn ooghoeken mijn hartslag heel snel dalen. Ik dacht dat ik doodging. Zo voelde het op dat moment ook écht. Er werd wat in mijn infuus ingebracht, ik kreeg extra zuurstof en het duurde nog een minuut of vijf tot ik voor mijn gevoel weer een beetje tot leven kwam. Ik kreeg weer wat kleur in mijn gezicht, volgens de assistent. De anesthesiste vroeg of ze me maar een roesje moest geven, waarop ik vroeg hoe groot de kans was dat het nogmaals mis zou gaan. Ze antwoordde: “U heeft atropine ingespoten gekregen en nog een ander middel. Dat werkt doorgaans nog wel een haf uurtje door, dus ja, het kan nogmaals misgaan, al is de kans daarop heel klein.” Ik koos voor een derde poging van de ruggenprik. Dit keer ging het goed gelukkig.”
Een kundige operatie en spoedig herstel
Eenmaal in de operatiezaal voelde René dat de verdoving steeds hoger kwam. Na controle bleek de verdoving al ter hoogte van zijn tepels te zitten. Hierop werd besloten om de operatietafel te kantelen, zodat het niet nog hoger zou komen. De operatie verliep vlot en zonder complicaties. René mocht op een scherm meekijken hoe ‘de indringer’, de tumor, kundig werd verwijderd uit zijn lichaam.
“Doordat de ruggenprik niet meteen goed ging en vrij hoog geplaatst moest worden, heb ik denk ik wat langer last gehad van de verlamming en verdoving van mijn onderlichaam. ’s Avonds na de operatie kwam het gevoel gelukkig langzaam terug en ben ik de nacht goed doorgekomen. De volgende ochtend mocht ik uit bed om aan tafel te ontbijten, ik voelde mezelf goed en had door de pijnstillers ook geen pijn. Zodra de urine in de katheter mooi helder en roze van kleur was mocht deze eruit. Ik kreeg twee plasbekers en moest zodra ik aandrang had hierin plassen. Daarna werd met een echo gecontroleerd of er niet teveel urine achterbleef in de blaas. Dit moest twee keer, omdat er de eerste keer nog net iets teveel bleef zitten. 24 Uur na de opname mocht ik gelukkig naar huis. Het herstel verliep goed. Ik kreeg helaas nog wel een blaasontsteking, maar dat is niet erg. Het belangrijkste is: Ik ben er nog en we gaan hoopvol de toekomst in.”

